FRANK E. BLOKLAND: ‘Best bezorgd’ • Pers 12, 20 (Nº 20; Oktober 7, 1999).



Letterontwerpen is een even prachtig als onbegrepen vak. Een letterontwerper maakt de grondstof voor de typografie. Hij zal proberen vormen zoveel mogelijk te verfijnen, terwijl hij weet dat veel van die verfijningen aan het grote publiek voorbij gaan. Het feit dat de deskundigheid van de letterontwerper niet direct door leken wordt onderkend, wil niet zeggen dat die deskundigheid onbelangrijk is. Er zijn meer beroepen waarbij niet alles voor de buitenstaander duidelijk is.
Het
feit dat slechts weinigen verstand hebben van letterontwerp, leidt er gemakkelijk toe dat iemand die iets maakt wat op een letter lijkt, algauw voor deskundig kan worden aangezien. Dat lijkt het geval met Loek Schönbeck – maker van de Elyade – gezien de nominatie voor de ’Best Verzorgde Boeken’.
De maker van de Elyade wilde een harmonieus samengaan van Griekse en Latijnse letters in één tekst bereiken. Met bestaande letters was dat volgens hem niet mogelijk. Dat is een goed uitgangspunt voor het ontwerpen van een lettertype. Het is ook een pittige opgave.
Dat hebben mijn collega Elmo van Slingerland en ik de afgelopen twee jaar ondervonden toen we de EU Albertina met Griekse varianten voor de Europese Unie ontwikkelden. We hebben ons daarbij gebaseerd op de tekeningen die de vorig jaar overleden letterontwerper en calligraaf Chris Brand in de jaren zestig maakte.
Schönbeck is niet geslaagd in zijn poging. Daarvoor was de opgave te moeilijk en de auteur niet ervaren genoeg. De letters zijn uiterst ongelijkmatig, gewicht en contrast zijn zonder enige kennis van zaken aangebracht, en de stelling deugt niet. Schönbeck hoeft zich die kritiek niet aan te trekken. De Elyade is het verdienstelijke werk van een amateur, dus het mag zich onttrekken aan alle criteria die betrekking hebben op vorm, contrast en stelling. Ik filosofeer ook wel eens, maar vast niet op het niveau waarop Schönbeck dat doet. De Elyade krijgt echter een andere dimensie als de vakjury van de ‘Best Verzorgde Boeken’ het lettertype serieus gaat nemen. Dat maakt mij Best Bezorgd.



Click on the button for Dr. Schön-   beck’s reaction on this article.






KOOSJE SIERMAN: ‘Het bijzonderste Best Verzorgde Boek van 1998 – Bekroning zonder oordeel of voordeel’ Compres 24, 54, 55, 57 (Nº 20; 13 oktober 1999).

Vereeuwigd in goud
In dit boek draait alles om de bronnen en de interpretaties en commentaren die in de loop der eeuwen zijn ontstaan. Schönbeck gaf het boek de autoritaire vorm die dit type van tekstkritiek nu eenmaal van oudsher heeft. Het boek heeft een linnen band – met het goudstempel van het familiewapen – leeslinten, eenentwintighonderd voetnoten, polyglotte citaten, bijlagen, een index. Onder de illustraties veel onorthodoxe: behalve de klassieke details van handschriften ook toneelfoto’s, een cartoon van Wim Boost en een fragment van het diagram van zonnestanden dat Schönbeck thuis op zijn muur heeft bijgehouden. Verder veel gekleurde afbeeldingen, op aparte vellen gedrukt en ingeplakt, zoals de versierde initialen.  Op het grijze stofomslag, in goud, een portret van Heraclitus, in de zeventiende eeuw geschilderd in de pose van ondoorgrondelijke misantroop. Uit het feit dat Schönbeck op de achterflap zijn profiel op dezelfde wijze liet adrukken, kan misschien worden opgemaakt dat identificatie met zijn onderwerp hem niet vreemd is. Maar de grootste uitdaging van het ontwerp schuilt in de letter: Grieks en Latijn, in fonts overvloedig voorzien van extra tekens en mogelijkheden, en alles van eigen hand. Schönbeck triomfantelijk: ‘PostScript heeft de typografie bevrijd van veel beperkingen. Er zijn nu geen technische of financiële belemmeringen meer voor bijzondere voorzieningen. Je bent achterlijk als je daar geen gebruik van maakt.


Onverstoorbaar
Tien jaar heeft Schönbeck gewerkt aan wat hij zijn ‘esthetisch project’ noemt, onderwijl de kost verdienend als sjouwersknecht. Leverde het wetenschappelijk betoog hem vorig jaar de titel van doctor in de wijsbegeerte op en de typografie ervan de Max Renemanprijs, dit jaar kwam daar het predicaat van ‘Best Verzorgd boek 1998’ bij.
Schönbeck – rijzig
met lange haren, lichte ogen en een schallende lach – heeft voor deze ene onderneming alle andere opzij moeten zetten. Vriendelijk en ontspannen, zelfs ontwapenend kan hij zijn, maar ook fanatiek. Zijn boek, dat op het eerste gezicht een mooi afgerond project lijkt te zijn, blijkt te berusten op een staketsel van kleinere projecten en prestaties.
 Ze dienden het hogere doel, maar zouden de voortgang ook kunnen blokkeren. Een glimp van dit proces onthulde Schönbecks promotor, de filosoof Cornelis Verhoeven tijdens de promotie. Hij memoreerde hoe Schönbeck bij het grofvuil een afgedankt aanrechtblad had gevonden. Hieruit had hij zich een studeertafel gesneden. Vervolgens had hij ook een apparaat moeten ontwerpen om het blad recht te trekken. Pas toen de tafel klaar was kon hij zich zetten aan het ontwerpen van de letter van zijn proefschrift. En dan zweeg de promotor nog over Schönbecks zelfgemaakte telefoon uit hout (hoorn en toetsen) en marmer en zijn ruwhouten computeronderdelen.


Betekenis en notatie
Voor wie, zoals Schönbeck kennelijk, uit is op de hoogste graad van complexiteit, is Heraclitus (rond 540 tot 480 voor Christus) een waardige partij. De pakweg tachtig spreukachtige uitspraken die van hem bekend zijn, gelden, alleen al op puur taalkundige gronden, als bijzonder weerbarstig. Een probleem is bovendien dat de aforismen niet rechtstreeks zijn overgeleverd, maar in de vorm van citaten. Voor een zinvolle interpretatie, betoogt Schönbeck, is niet alleen kennis van het Grieks vereist, maar ook inzicht in astronomie, psychologie, perceptieleer, filologie, antropologie, mythologie. Schönbeck: ‘Mijn methode is een absoluut novum. Bijna ieder hoofdstuk eindigt dan ook met mijn constatering dat ook op dit gebied nog onvoldoende kruisbestuiving heeft plaatsgevonden.   Notatieproblematiek is voor Schönbeck cruciaal; hij wijdt er dan ook een heel hoofdstuk aan. Accuratesse en het streven naar ondubbelzinnigheid werden ware obsessies. Terwijl Heraclitus nog uitsluitend de beschikking had over kapitalen, trekt Schönbeck alle registers van de hedendaagse teksttypografie open. Alleen al voor het begrip ‘zon’ hanteert hij verschillende notaties: tussen aanhalingstekens als het gaat om de astronomische zon, kleinkapitalen voor de perceptuele zon, met één kapitaal voor de mythologische zon.


  



Recht of rond
Iemand die er niet voor terugdeinst de taal naar zijn hand te zetten, op het gevaar van onverstaanbaarheid af, schrikt er ook niet voor terug zijn eigen letters te ontwerpen. Schönbeck ontwierp zijn Elyade op basis van eenvoudige – oubollige – software (FontStudio). Van de Griekse schriften die hem bekend waren, doorgaans ontworpen door ontwerpers zonder kennis van de oude talen, voldeed er in zijn ogen niet één: schreefloze letters vond hij niet mooi en veel Griekse schriften (Eric Gill, Jan van Krimpen) leden naar zijn smaak onder vormdwang. Schönbeck: ‘Van Krimpens Romulus Grieks zou door mijn promotiecommissie niet geaccepteerd zijn.’  Het doel dat hem bij het ontwerpen voor ogen stond, was om een schrift te ontwerpen waarbij de griekse en romeinse onderkasten harmonieus naast elkaar konden staan, zonder eruit te springen. Schönbeck: ‘Het dominante kenmerk van de onderkast romein is dat elke letter op x-hoogte één stok heeft, die bovendien loodrecht staat. Dat werd mijn uitgangspunt voor de onderkast grieks, waarbij ook de nadruk kwam te liggen op stokken in het lood.’ Bovendien vermeed Schönbeck rechte lijnen. Met gewelfde stokken en schreven zou zijn romein beter aansluiten op het cursieve karakter van de Griekse onderkast. Een letter van Schönbeck is daarom als een Bond-girl: ‘just a couple of curves.’


Roem?
Schönbecks liefde voor het Grieks ontlook al vroeg. Meteen na een Griekse reis, ergens halverwege de jaren vijftig, besloot zijn moeder die het Oudgrieks beheerste Nieuwgrieks te gaan leren, en haar zoon sloot zich daarbij aan. Schönbeck was toen zes jaar oud, de leeftijd waarop leeftijdgenootjes toe zijn aan hun eerste Latijnse lettervormen. De breedheid van Schönbecks ondernemingen is fenomenaal, maar dat maakt hem ook ongrijpbaar.   Een kunstenaar en wetenschapper wordt hij grif genoemd, zijn technische fascinatie wordt erkend en ook de enorme prestatie die zijn proefschrift is. Maar dit alles verplicht tot niets. De jury van de Best Verzorgde Boeken deed niet eens een poging de kwaliteiten of feilen van Sunbowl or Symbol te analyseren. Juist zij had moeten onderkennen dat Schönbecks proefschrift een pleidooi inhoudt voor een helder articulerende, betekenisvolle typografie. Niet te versmaden in deze tijd van prentenboeken, zou je toch zeggen.


Het bewijs
Van al zijn critici zullen de letterontwerpers zich wellicht het minst onder de indruk tonen, Tijdens het ontwerpen zocht Schönbeck steeds het oordeel van deskundigen, wat hem op kritiek kwam te staan. Maar hij kreeg ook waardering, met name van de inmiddels overleden letterontwerper Chris Brand. Vooralsnog komt de Elyade niet voor op Rosbeeks kalendertjes van Nederlandse letters (samenstelling Matthieu Lommen), en ook het geambieerde plekje als ontwerpredacteur bij een internationale wetenschappelijke uitgeverij is hem nog niet aangeboden.   Alsof er niets gebeurd is, gaat Schönbeck binnenkort zijn tweeëntwintigste jaar in bij zijn bedrijf. Maar het bewijs is binnen. Tijdens zijn promotie bestempelde Cornelis Verhoeven hem als een ‘fanatieke perfectionist waaraan de wereld, zolang ze nog maar enigszins wil deugen, een onverzadigbare behoefte zal blijven hebben’.«